rvw-logo
RVW Advies

Nieuws

Intellectuele eigendom in aparte B.V. - 20 februari 2016

“Eén BV is geen BV”, zegt men wel eens. Misschien een beetje rare uitspraak, maar wat men bedoelt is het volgende. Als het gehele ondernemingvermogen in één BV is ondergebracht, loopt men belangrijke risico’s wanneer deze BV financieel in zwaar weer terecht komt of zelfs failliet gaat. Daarom kiezen veel ondernemers voor een structuur met ten minste twee BV’s. In de meest simpele vorm: een holding en een werk-BV. In de holding kunnen dan waardevolle bezittingen, zoals het bedrijfspand, worden ondergebracht. Als de werk-BV onverhoopt failliet zou gaan, houdt de ondernemer in ieder geval zijn holding over, is dan de gedachte hierachter. Op deze wijze kan in dit voorbeeld het bedrijfspand buiten een faillissement worden gehouden.

Tegenwoordig is voor veel ondernemers de intellectuele eigendom van bijvoorbeeld software één van hun belangrijkste assets. Intellectuele eigendom is een ruim begrip. Van oudsher vallen hier zaken onder als octrooien, patenten en (in de agrarische sector) kwekersrechten, maar ook merknamen/ logo’s etcetera. In de IT-sfeer is dit uitgebreid met zaken als de eigendom van zelf ontwikkelde software, computer games, al dan niet complexe websites enzovoort. Voor veel ondernemingen is dit soort intellectuele eigendom (i.e.) essentieel voor de bedrijfsuitoefening. Net zoals van oudsher het bedrijfspand al vaak in een aparte BV buiten de risicosfeer wordt gehouden, kiezen veel ondernemers er daarom tegenwoordig voor om ook hun i.e.-rechten buiten de risicosfeer te houden in een aparte BV.

Het vergt echter een zorgvuldige uitvoering en begeleiding om ervoor te zorgen dat een i.e.-recht uit de risicosfeer wordt gehaald. Zo moeten de i.e.-rechten in bepaalde gevallen worden gewaardeerd en op de juridisch juiste wijze worden overgedragen. Bij deze overdracht dient in beginsel voorkomen te worden dat er belasting verschuldigd wordt. Afhankelijk van de situatie zijn hiervoor verschillende fiscale faciliteiten beschikbaar. Denk bijvoorbeeld aan de juridische fusie of splitsing of overdracht van het i.e. binnen een fiscale eenheid. Hierbij geldt: elke situatie is anders. Ook geldt: RVW Fiscaal Juridisch Advies helpt! Indien i.e.-rechten essentieel zijn voor het voortbestaan van uw onderneming, dan kan het slim zijn om deze in een aparte BV onder te brengen. Wij bespreken dan graag eens met u hoe dit in uw geval het beste kan worden geëffectueerd.

Verbod op privégebruik auto vereist - 22 januari 2016

Een werkgever die een schriftelijk verbod op privégebruik van auto’s niet handhaaft, stelt de auto’s gewoon voor privégebruik ter beschikking en moet loonheffingen afdragen.

Een werkgever bood vennoten een reiskostenvergoeding of een auto voor zakelijk gebruik. Daarbij kwam de werkgever met de vennoten een schriftelijk verbod op privégebruik van de ter beschikking gestelde bedrijfsauto’s overeen. De werkgever veronderstelde dat de vennoten ook geen behoefte hadden die auto’s privé te gebruiken vanwege de hoge werkdruk. Rechtbank Den Haag overwoog echter dat de wet meer vereist dan de enkele schriftelijke vastlegging van een verbod, zoals het houden van toezicht op het verbod en het opleggen van een passende sanctie bij overtreding daarvan.

Nu het bedrijf niet alleen niet kon aantonen het verbod daadwerkelijk te handhaven, maar ook geen kilometeradministratie had bijgehouden en niet kon aantonen dat de ingediende declaraties uitsluitend zakelijke ritten betroffen, had de inspecteur terecht geconstateerd dat de ingediende aangifte aanzienlijk te laag was.

Bron Taxence, 11 januari 2016

Och was ik maar bij moeder thuis gebleven - 19 november 2015

Johnny Hoes wist het in 1961 al. Je bent beter af in het ouderlijk huis. Voor je het weet, leg je het immers af tegen die sectiecommandant. Kom het erf dus niet af. In de seventies kwam hetzelfde advies nogmaals tot ons, maar nu in de persoon Guus die toch vooral naar huus moest komen. Aldus niemand minder dan Alexander Curly. Zo veel wijze adviezen die kennelijk toch en masse in de wind worden geslagen. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en dus gaan we toch de deur uit. En voor je het weet, wordt je later ooit DGA en loop je ondertussen iemand tegen het lijf met wie je trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat. En later blijkt dat die DGA’s een adviseur plegen te hebben.

Binnenkort komt de DGA-adviseur voor een enerverende uitdaging te staan. De DGA mag misschien immers zijn pensioenpot met korting afkopen. Een simpele oplossing voor een groot probleem dat in brede kring voorkomt.

Natuurlijk zijn er allerlei haken en ogen maar eenmaal verblind door de aangereikte heilige graal, wil de DGA deze molensteen graag van zich afwerpen. De adviseur en zijn klant de DGA (m/v) zullen het snel eens zijn: gelijk doen, die afkoop. Wie in complottheorieën gelooft, zal achter deze kans toch het resultaat van een geraffineerde lobby van echtscheidingsadvocaten bevroeden. Afkopen van pensioen is niet zo moeilijk, maar was er ook niet iets met de partner van de DGA? Iets over meetekenen of zo? Ja, ook hier gaat dit spelen. Dus ja, u ziet de DGA al voor u: schat, kom eens hier. Ik zit hier met onze (hé, meestal spreekt hij over ‘mijn adviseur’) adviseur en die zegt dat jij hier even moet tekenen. Ja, er verandert namelijk weer wat met dat pensioen. Ja, je hebt gelijk hoor. Het is tegenwoordig ieder jaar zo ongeveer dat jij weer even ergens moet meetekenen omdat ze zo nodig weer de wet wijzigen. Maar geloof me, nu is het echt de laatste keer hoor. Dat vind jij toch ook wel fijn? We hebben voortaan minder kosten aan de boekhouder (hé, zie hem eens een beetje sip kijken, haha) en we zijn voor eens en voor altijd van dat pensioengedoe af.

De feestvreugde kan niet op. Een win-win-win situatie. DGA blij want hij weet weer waar hij aan toe is als hij zijn jaarrekening krijgt, fiscus blij want we hebben belasting betaald, echtgenote blij want ze is verlost van het ieder jaar maar weer moeten tekenen van al die overeenkomsten die ze toch al niet snapte. Tja, wie durft dit feestje te verstoren? Wees maar niet bang dat het verstoord wordt. Straks belt de ZorgplichtPiet aan die even komt checken of de partner (m/v) het allemaal wel goed had begrepen. Of die zit op Facebook en ziet dat er een nieuwe groep is gestart, genaamd “50 +-partners (m/v) met een pensioengat van hier tot aan de Huishoudbeurs en de Autorai”.

Nieuwsgierig als je bent, klik je dan toch even door? En ja, dan gaat er weer een (heel andere) wereld voor je open. Dames en heren DGA opgelet. Luister naar Johan Cruijff: je gaat het pas zien als je het doorhebt.

Auteur(s)
Drs. C. Overduin, Grant Thornton en redacteur van Fiscaal Praktijkblad

Stakingswinst investeren in nieuwe onderneming - 16 november 2015

Doorschuiving stakingswinst geldt ook voor onttrokken bedrijfspand dat is overgebracht naar het privévermogen.

Belanghebbende X drijft een horeca onderneming in een tot de onderneming behorend bedrijfspand. In 2010 verkoopt hij de onderneming aan A maar niet het bedrijfspand. Het bedrijfspand is overgebracht naar het privévermogen van X en wordt daarna door X verhuurd aan de onderneming van A.

X start in 2010 een nieuwe onderneming op het gebeid van aan-/verkoop en verhuur van onroerende zaken.

De inspecteur corrigeert de aangifte 2010 met de behaalde stakingswinst in de gewone aanslag. X is het daar niet mee eens en beroept zich op de doorschuifregeling wegens herinvestering in een nieuwe onderneming.

Op grond van de doorschuifregeling is de winst behaald bij staking van een onderneming niet belast als aannemelijk is dat deze winst binnen 12 maanden na staking wordt geherinvesteerd in een nieuwe onderneming. Die winst wordt vastgelegd in een conserverende aanslag. Na aanschaf van de nieuwe onderneming wordt die winst afgeboekt van de aanschaffings-/voortbrengingskosten van de nieuwe onderneming. Alsdan wordt de in de conserverende aanslag vermelde stakingswinst dienovereenkomstig verminderd.

Volgens de inspecteur is de doorschuifregeling niet van toepassing op de onttrekkingswinst van het bedrijfspand.
De Rechtbank oordeelt dat de inspecteur de stakingswinst ten onrechte heeft belast omdat die faciliteit geldt voor bij staking behaalde winst en dus ook voor de onttrekkingswinst van het bedrijfspand dat is overgebracht naar het privévermogen. Vervolgens merkt de rechtbank op dat X aannemelijk heeft gemaakt dat hij eind 2010 voornemens was de stakingswinst te herinvesteren. X kon dan ook gebruik maken van de doorschuifregeling.

Bovendien stelt de rechtbank vast dat er sprake is van te conserveren inkomen, dat hiervoor een aparte conserverende aanslag dient te worden vastgesteld en dat die verschuldigde belasting niet kan worden geheven via een gewone aanslag.

Het gelijk is aan belanghebbende X.

De VAR, hij is nog niet “dood” hij leeft.. - 21 oktober 2015

Uitstel invoering Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties. De VAR blijft nog even bestaan.

Staatssecretaris Wiebes heeft gisterenavond aangegeven dat de gewenste ingangsdatum van 1 januari 2016 voor Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties en daarmee de afschaffing van de VAR niet wordt gehaald. De Streefdatum voor de inwerkingtreding wordt 1 april 2016. De staatssecretaris heeft de volgende punten voorgesteld.
•Overeenkomsten die voor 1 februari 2016 worden voorgelegd aan de Belastingdienst, zullen voor 1 april 2016 zijn beoordeeld en, indien het oordeel is dat daarmee buiten dienstbetrekking wordt gewerkt, zo mogelijk gepubliceerd. Hoe sneller partijen hun (voorbeeld)overeenkomst aan de Belastingdienst voorleggen, des te meer tijd is er voor overleg met de Belastingdienst en de implementatie.
•Er geldt een implementatietermijn tot 1 januari 2017. Dat houdt in dat alle opdrachtgevers en opdrachtnemers tot 1 januari 2017 de tijd hebben om zo nodig hun werkwijze aan te passen aan een werkwijze die is voorzien in een voorbeeld- of modelovereenkomst. Tot die tijd zal de Belastingdienst wel toezicht houden, maar nog geen repressieve handhavingsmaatregelen nemen. Dit betekent dat de Belastingdienst waar nodig zal waarschuwen en partijen erop zal wijzen op welke punten een aanpassing van hun werkwijze nodig is om buiten dienstbetrekking te werken.
•Het wetsvoorstel heeft geen terugwerkende kracht, dus tot op het moment van inwerkingtreding van de wet blijft de vrijwarende werking van de VAR voor de opdrachtgever bestaan. Indien na de inwerkingtreding wordt geconstateerd dat er sprake is van een dienstbetrekking, kunnen eventuele handhavingsmaatregelen dus niet zien op een periode waarvoor de opdrachtgever zich nog op de vrijwarende werking van de VAR kan beroepen. Bij partijen die na 1 januari 2017 niet volgens een beoordeelde (voorbeeld)overeenkomst of modelovereenkomst werken, kan worden gehandhaafd als blijkt dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking. Als deze dienstbetrekking in 2016 al bestond, wordt door de vrijwaring alleen de periode vanaf 1 april 2016 in de handhaving betrokken.
•Evidente fraude blijft de Belastingdienst uiteraard te allen tijde aanpakken.

Duidelijk is dat de staatssecretaris tijd wil kopen en hoopt dat het wetsvoorstel ongeschonden door de Eerste Kamer komt. Verder lijkt het erop dat hij belangenorganisaties aan het paaien is door enkele voorbeeldovereenkomsten van VNO-NCW en MKB Nederland alsook de uitzendbranche (tussenkomst) op de website van de Belastingdienst te zetten. Er zijn sinds gisteren 19 overeenkomsten gepubliceerd, die ofwel uitblinken in gedetailleerdheid of zo algemeen van aard zijn dat handhaving door de Belastingdienst niet mogelijk is Voorbeeldovereenkomsten Belastingdienst. Beter zou zijn om ook dit wetsvoorstel terug te trekken en door te gaan met de VAR en die beter te handhaven.

Born (or lived) in the USA, Big Brother is searching you!! - 21 oktober 2015

Onlangs is in de media veel aandacht besteed aan de klopjacht van de Amerikaanse fiscus op zogenaamde “US persons”.

De Verenigde Staten hebben altijd al een belastingsysteem gekend waarbij belasting wordt geheven op basis van nationaliteit. Dit in tegenstelling tot nagenoeg alle andere landen van de wereld welke louter belasting heffen gebaseerd op de woonplaats van een natuurlijk persoon of rechtspersoon. De Verenigde Staten hanteren dit zogenaamde woonplaatsbeginsel ook, maar daarnaast bestaat er dus ook aangifteplicht in de VS voor elke natuurlijk persoon die de Amerikaanse nationaliteit bezit/kwalificeert als “US person”.

Tot voor kort heeft de Amerikaanse fiscus echter nooit actief gekeken naar de natuurlijke personen welke buiten de Amerikaanse landsgrenzen wonen maar wel de Amerikaanse nationaliteit bezitten. De gebeurtenissen van 11 september en nadien hebben hier helaas voor die categorie personen verandering in gebracht. President Obama heeft onder meer als gevolg hiervan de zogenaamde “Foreign Account Tax Compliance Act (FATCA)” ingevoerd.

Op basis de FATCA regelgeving vallen de nationale banken in Nederland maar ook elders in de wereld hun rekeninghouders thans lastig met vragen of de rekeninghouder eventueel kwalificeert als een zogenaamde “US person”. FATCA is ook onder meer de “incentive” geweest voor Zwitserland om haar bankgeheim op te heffen.

Over de inhoud van dit begrip bestaat verwarring maar u kwalificeert in elk geval al als “US person” als u in de Verenigde Staten bent geboren. Met andere woorden: Indien u in de Verenigde Staten geboren bent, kwalificeert u ongeacht of u een Amerikaans paspoort bezit, als een “US person”. U heeft dan dus de verplichting om in de Verenigde Staten aangifte te doen ook al verdient u daar geen inkomen en woont u er niet.

Daarnaast kunnen personen welke voorheen in de Verenigde Staten hebben gewoond en in het bezit waren van een “greencard” ook als “US person” kwalificeren, ook al wonen die personen nu elders in de wereld en is de “greencard” inmiddels verlopen.

Voor al die mensen die zich nu “bewust” worden van hun Amerikaanse aangifteplicht is er gelukkig nog de mogelijkheid om deel te nemen aan een soort Amerikaanse inkeerregeling. Hierbij kan alsnog de aangifte zonder boetes worden ingediend. De bedoeling is dat dit geschied voor de laatste drie jaren. Onduidelijk is tot wanneer deze inkeermogelijkheid nog openstaat. Naast de aangiften dienen ook zogenaamde “Foreign Bank Account Reports (FBAR’s)” van de afgelopen 6 jaren te worden ingediend. Hoewel de FBAR niet leidt tot belastingheffing maar slechts informatie over een niet-Amerikaanse bankrekening geeft aan de Amerikaanse fiscus is de boete op het niet-nakomen van deze verplichting aanzienlijk. U dient namelijk het hoogste saldo van de niet-Amerikaanse bankrekening op te geven en als u hieraan niet voldoet is de boete een percentage van dat saldo.

Herkent u zichzelf op basis van het voorgaande als een zogenaamde “US person”, dan helpen wij u graag verder.

Versobering van de innovatiebox - 21 oktober 2015

Als een bedrijf een immaterieel activum heeft ontwikkeld, dan kunnen voordelen, welke daaraan zijn toe te rekenen belast worden tegen een verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting: 5% in plaats van het normale tarief van 20%/25%. Het moet dan gaan om een immaterieel activum dat heeft geleid tot een octrooi of waarvoor een WBSO-beschikking (loonkostensubsidie) is afgegeven.

De drempel om gebruik te kunnen maken van de innovatiebox is niet al te hoog en mede daardoor is de regeling een succes. Inmiddels heeft dit soort regelingen de aandacht getrokken van de OESO. Deze internationale organisatie heeft vorige week een aantal richtlijnen uitgevaardigd teneinde op internationaal niveau winstverschuivingen en grondslaguitholling tegen te gaan (Base Erosion and Profit Shifting, ofwel BEPS, zie ook ons eerdere nieuwsbericht hierover. Ook voor Nederland zal dit consequenties hebben.

Staatssecretaris Erik Wiebes van Financiën wil daarom de innovatiebox per 1 januari 2017 aanpassen. Alleen bij octrooien of soortgelijke rechten zou dan nog gebruik gemaakt kunnen worden van een verlaagd vennootschapsbelastingtarief. Voor het MKB wordt echter een uitzondering gemaakt. Hierbij gaat het dan om ondernemingen met een groepsomzet tot maximaal € 50 miljoen wereldwijd en nationaal € 7,5 miljoen zonder dat sprake hoeft te zijn van een octrooi of een soortgelijk recht.

Dit is een belangrijk tegemoetkoming: het aanvragen van een octrooi is namelijk doorgaans een kostbare en tijdrovende procedure. Verder kunnen ook kwekersrechten en auteursrechten voor software toegang blijven geven tot de innovatiebox.

Bedrijven, die meer dan 30% van hun speur-en ontwikkelingswerk door fiscaal zelfstandige dochtermaatschappijen laten verrichten kunnen straks in mindere mate gebruikmaken van de innovatiebox.

De verwachting is dat de voorgenomen wijzigingen vooral negatief zullen uitpakken voor grotere ondernemingen, die hun productieproces vernieuwen (met name in de maak- en voedingsindustrie).

Overigens heeft de staatssecretaris medegedeeld dat er evenveel geld beschikbaar blijft voor innovatie, ook als de wettelijke regeling voor de innovatiebox versoberd wordt.

Verder is het de verwachting dat als de regeling per 1 januari 2017 gewijzigd wordt, er tot 2021 een overgangsregeling zal worden getroffen voor intellectuele eigendom, waarbij nu al van de innovatiebox gebruik gemaakt wordt.

Hopelijk is het dan mogelijk om afspraken, welke nu voor een aantal jaren gemaakt zijn met de fiscus, maar vóór 2021 zouden aflopen, tijdig te verlengen.

Alimentatie bij ex- samenwoners aftrekbaar? - 21 oktober 2015

Het komt met enige regelmaat voor dat echtgenoten gaan scheiden. In veel gevallen wordt er tussen de voormalige echtelieden dan een partneralimentatie afgesproken. De fiscale consequenties zijn in beginsel te overzien. Bij de betaler van de alimentatie is de verplichting fiscaal aftrekbaar op zijn/haar box 1 inkomen; bij de ontvanger van de alimentatie wordt dit in het box 1 inkomen belast. Van een gift die belast kan worden met schenkbelasting is geen sprake aangezien er van een bevoordelingsgedachte geen sprake is.

Het kan voorkomen dat partners niet zijn gehuwd maar dat er tussen de partners sprake is van samenwonen en dat men dit samenwonen gaat beëindigen. De civiele en daarmee samenhangende fiscale regels zijn dan opeens niet meer zo duidelijk en vanzelfsprekend. Ook in een dergelijke situatie kunnen de voormalige samenwoners onderling alimentatie afspreken. De kans bestond dat de betaling niet aftrekbaar was en dat de ontvangst als een schenking werd aangemerkt.

Om toch voor aftrek in aanmerking te kunnen komen moesten er voorheen een aantal hobbels genomen worden. Zo moest er om de betaling in mindering te kunnen brengen op het inkomen sprake zijn van een rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende verplichting. Om de vrijstelling voor de schenkbelasting te kunnen benutten moest worden aangetoond dat er sprake was van een natuurlijke verbintenis.

Dit kon in fiscale zin tot vervelende situaties leiden.

Inmiddels heeft de Staatssecretaris van Financiën bekend gemaakt dat voormalige echtgenoten en samenwoners gelijk behandeld moeten worden voor de onderhoudsverplichtingen in het kader van de inkomsten- en schenkbelasting. De staatsecretaris stelt hier wel voorwaarden aan. De belangrijkste is dat de voormalige samenwoners bij het vaststellen van de omvang van de alimentatie aansluiten bij de richtlijnen die de (civiele) rechters hanteren bij het berekenen van de alimentatie tussen voormalige echtgenoten (tremanormen). Indien dit gebeurt dan is er geen sprake van een belastbare schenking en zijn de consequenties voor de inkomstenbelasting hetzelfde als bij ex-echtgenoten.

Is de behandeling volledig gelijk?

Zoals hier boven aangegeven dient voor de bepaling van onderhoudsverplichtingen tussen voormalige samenwoners, aangesloten te worden bij de tremanormen om deze fiscaal te kunnen kwalificeren als een natuurlijke verbintenis (schenkbelasting) of een uit het familierecht voortvloeiende verplichting (inkomstenbelasting).

Bij voormalige echtgenoten wordt voor de fiscale kwalificatie echter niet gekeken naar de juridische tremanormen en dienen deze slechts als richtlijn. Ook is een nadere onderbouwing van een overschrijding niet nodig. Voor voormalige samenwoners wordt derhalve een fiscaal gevolg verbonden aan een juridische richtlijn, die bij voormalige echtgenoten fiscaal niet van belang is.

Daarnaast bestaat voor voormalige echtgenoten de mogelijkheid om een overeengekomen onderhoudsverplichting af te kopen. Deze afkoopsom is voor de inkomstenbelasting aftrekbaar bij de alimentatieplichtige en belast bij de alimentatiegerechtigde. Ook kwalificeert deze afkoopsom niet als een belastbare gift voor de schenkbelasting. Een dergelijke mogelijkheid tot het afkopen van een overeengekomen onderhoudsverplichting tussen voormalige samenwoners bestaat echter niet. Een volledig gelijke behandeling wordt met deze goedkeuring derhalve nog steeds niet bereikt.

Wettelijke basis

Tot slot is het belangrijk te vermelden dat het inroepen van onderhoudsverplichtingen voor samenwoners geen wettelijke basis kent. De onderhoudsverplichting kan dus slechts worden gebaseerd op een onderlinge afspraak tussen de (voormalig) samenwoners in bijvoorbeeld een samenlevingscontract of bij overeenkomst bij einde van de samenleving. Laat u daarom altijd goed adviseren.

Bijtelling privégebruik auto 2016 - 19 augustus 2015

Wellicht heeft u er al over gelezen, maar bent u nog niet bezig met de regels die per 1 januari 2016 veranderen rondom de bijtelling voor het privégebruik van “de auto van de zaak”. De veranderende regels hebben gevolgen voor belastingheffing bij zowel werknemers als bij de ondernemers. Wilt u nog anticiperen op de veranderende regels; doe dat dan vóór het einde van dit jaar!

De zakelijke rijder heeft te maken met een fiscale bijtelling bij zijn inkomen als de auto ook voor privé-doeleinden wordt gebruikt. De hoogte van deze bijtelling wordt bepaald door de specificaties van de auto; hoe milieuvriendelijker deze is, hoe minder deze wordt belast. Per 1 januari 2016 zullen de bijtellingscategorieën 7%, 14% en 20% komen te vervallen. Hiervoor komen de categorieën 15% en 21% in de plaats en worden de CO2-grenzen voor de “verlaagde bijtelling” naar beneden bijgesteld. Uiteindelijk heeft dit tot gevolg dat er minder auto’s voor een lager bijtellingstarief in aanmerking zullen komen en het tarief bovendien hoger zal uitvallen.

CO2-uitstoot auto per km (g/km)

Bijtellingspercentage

0 g/km

4%

1 t/m 50 g/km

15%

51 t/m 106 g/km

21%

hoger dan 106 g/km

25%

per 1 januari 2016

Het bijtellingspercentage wordt bepaald op de dag waarop het kenteken van de auto voor het eerst op naam is gesteld en is vanaf die dag 5 jaar (60 maanden) geldig (tegen de op dat moment geldende CO2-grenzen). De nieuwe regels, met de verhoogde bijtellingspercentages en milieueisen, gelden alleen voor auto’s die vanaf 1 januari 2016 voor het eerst “te naam gesteld” worden.

Wat kunt u doen om gebruik te (blijven) maken van lagere bijtellingspercentages dan die ná 1 januari 2016 gelden?

Auto’s die onder een lager bijtellingstarief vallen, kunnen tot maximaal 60 maanden na de eerste tenaamstelling van dat tarief gebruik maken. Voor een werknemer kan het leasecontract bijvoorbeeld worden verlengd en een ondernemer zou kunnen besluiten de auto door te blijven rijden, tot de genoemde 60 maanden zijn verlopen.

U kunt besluiten om een nieuw leasecontract aan te gaan of een nieuwe auto aan te kopen, zolang er voor wordt gezorgd dat het kenteken nog in 2015 te naam wordt gesteld. Dan gelden de huidige (lagere) bijtellingstarieven en milieueisen, waarvan dan nog gedurende 60 maanden gebruik gemaakt kan worden.

De bijtellingscategorieën worden per 1 januari 2017 ook weer gewijzigd. Het aantal bijtellingscategorieën wordt dan stapsgewijs verminderd van vier naar twee. Voor volledig elektrische auto’s geldt uiteindelijk een bijtellingspercentage van 4% en het algemene bijtellingstarief wordt 22%.

Als u op dit moment met bovenstaande afwegingen bezig bent, neemt u dan gerust contact met ons op om de mogelijkheden en fiscale gevolgen door te nemen.

Staatssecretaris geeft oplossingsrichtingen voor pensioen in eigen beheer - 06 juli 2015

Afgelopen maand heeft Staatssecretaris van Financiën Wiebes een brief aan de Tweede Kamer gezonden waarin hij twee oplossingsrichtingen aangeeft voor het pensioen in eigen beheer van de DGA.

Dit om een einde te maken aan onder andere de verschillen tussen de fiscale en commerciële waardering van de pensioenverplichting, problemen bij dividenduitkeringen en de meer in het algemeen complexe en lastig uitvoerbare regelgeving.

Er worden twee mogelijke oplossingen voorgesteld:

  1. De oudedagsbestemmingsreserve (OBR): hierbij kan jaarlijks maximaal een vast percentage van de winst worden gereserveerd voor een toekomstige oudedagsreserve van de DGA, zonder dat in de opbouwfase reeds juridisch afdwingbare verplichtingen ontstaan. De uitkering duurt 20 jaar + het aantal jaren voor de AOW-leeftijd, als de uitkering al voor die datum ingaat. De reserve dient jaarlijks te worden gewaardeerd. Er blijven in de opbouwfase waarschijnlijk verschillen bestaan tussen de commerciële- en de fiscale waardering van de verplichting.
  2. Oudedags-sparen in eigen beheer: jaarlijks kan maximaal een bepaald percentage van het loon binnen de BV opzij gezet worden. Elk jaar kan worden gekozen of er iets opzij gezet wordt en zo ja hoeveel. Inhaal is niet mogelijk. Er is wel sprake van juridisch afdwingbare verplichtingen. Jaarlijks vindt oprenting plaats. Uitkering duurt in principe 20 jaar en start:– bij bereiken AOW-leeftijd of:

    – maximaal 5 jaar later, zolang er nog door gewerkt wordt.

Er zou overgangsrecht komen voor reeds opgebouwd pensioen in eigen beheer en de mogelijkheid om in bepaalde gevallen een oude regeling om te zetten in een nieuwe.

De Staatssecretaris spreekt een voorkeur uit voor oudedagssparen. Verder merkt hij op:

Inmiddels wordt steeds vaker de maatschappelijke vraag gesteld of het pensioen in eigen beheer niet aan het einde van zijn levenscyclus gekomen is.

Mede op grond hiervan sluiten wij niet uit, dat het huidige pensioen in eigen beheer in de toekomst zal worden “uitgefaseerd”, mogelijk begeleid door een aantrekkelijke overgangsregeling.

Let op: dit zijn nog geen wetsvoorstellen, maar slechts nog “oplossingsrichtingen”, waarover nog (uitvoerige) discussie in de Tweede Kamer dient plaats te vinden. Invoering per 1 januari 2016 is wellicht mogelijk, maar de Staatsecretaris geeft aan dat zorgvuldigheid boven snelheid gaat. Hier zijn we het volledig mee eens. Invoering op een later moment is dus zeer wel mogelijk.

De komende tijd zullen wij op onze website meer aandacht aan het bovenstaande besteden.